door A.M. Lambert

Op 31 maart staat een spontane opruimactie gepland op het verwaarloosde, groene Katelijne-eilandje. De toekomst van het eilandje is onzeker. Park of parking?

Wie het eilandje al heeft verkend, heeft kunnen vaststellen dat het op eigenaardige wijze gekneld ligt tussen een arm van het kanaal Brugge-Gent in het westen en de Ringvaart in het noorden, ten oosten een beek en de drukke Baron Ruzettelaan en ten zuiden de Lappersfortstraat. Het groen bleef er vrij van elke menselijke ingreep en groeide verder, als stille getuige van enkele vergeten Brugse geschiedenissen,die we hier even terug oprakelen.

Onze-Lieve-Vrouwe ‘ter Reie

We starten onze reis in de tijd in de negende eeuw, toen de Onze-Lieve-Vrouweparochie werd gesticht vanuit de moederparochie Sijsele.

De nieuwe kerk, die in oude geschriften ook wel ‘ter Reie’ werd geheten, werd opgericht nabij het knooppunt van twee belangrijke landwegen, de Gentsche Heerweg (deels bewaard in Gen. Lemanlaan en Astridlaan) en de Kortrijkse Heerweg (hiervan bestaat nog een oud traject nabij den Tir). Maar zoals gezegd speelde uiteraard de Reie een rol bij de keuze van de ligging. Deze Reye, eerst Rogia en later ook Zuidleie genoemd, ontsprong tussen het huidige Beernem en Knesselare en mondde reeds in de Romeinse tijd uit in het Zwin ter hoogte van het huidige centrum van Brugge. Vergeet dus voorlopig even de latere middeleeuwse havenactiviteiten, hier lag het oudste hart van onze stad, bij de Zuidleie. Onze Brugse Reitjes zijn in oorsprong de benedenstroom van deze Zuidleie. Pas toen Scandinavische volkeren onze kusten in de 8e en 9e eeuw verkenden en met hun zeeschepen diep in het Zwin aanlegden, begon ietwat noordelijker de groei van de handelsstad. Toen zou volgens sommige historici het woordje Rogia geëvolueerd zijn tot ‘Bryggia’, wat in de taal van de Noormannen “aanlegplaats” betekende.

De nieuwe kerk, die in oude geschriften ook wel ‘ter Reie’ werd geheten, werd opgericht nabij het knooppunt van twee belangrijke landwegen, de Gentsche Heerweg (deels bewaard in Gen. Lemanlaan en Astridlaan) en de Kortrijkse Heerweg (hiervan bestaat nog een oud traject nabij den Tir). Maar zoals gezegd speelde uiteraard de Reie een rol bij de keuze van de ligging. Deze Reye, eerst Rogia en later ook Zuidleie genoemd, ontsprong tussen het huidige Beernem en Knesselare en mondde reeds in de Romeinse tijd uit in het Zwin ter hoogte van het huidige centrum van Brugge. Vergeet dus voorlopig even de latere middeleeuwse havenactiviteiten, hier lag het oudste hart van onze stad, bij de Zuidleie. Onze Brugse Reitjes zijn in oorsprong de benedenstroom van deze Zuidleie. Pas toen Scandinavische volkeren onze kusten in de 8e en 9e eeuw verkenden en met hun zeeschepen diep in het Zwin aanlegden, begon ietwat noordelijker de groei van de handelsstad. Toen zou volgens sommige historici het woordje Rogia geëvolueerd zijn tot ‘Bryggia’, wat in de taal van de Noormannen “aanlegplaats” betekende.

Sint-Catharinaparochie

Vóór 1270 maakte het eilandje deel uit van deze Onze-Lieve-Vrouweparochie, die zich uitstrekte op het grootste deel van het huidige Assebroek,op het grondgebied van de heerlijkheid Sijsele. In de Brugse handelsnederzetting groeide de bevolking ondertussen gestaag en in 1270 werd de dochterparochie Sint-Catharina opgericht, op gronden die door gravin Margareta van Constantinopel werden geschonken. De familie van Gruuthuse schonk in 1272 een eeuwigdurende rente voor het onderhoud van de pastoor. In 1275 kreeg de stad toestemming om zijn grondgebied uit te breiden met delen van het Sijseelse. Dit waren de zogenaamde “paallanden” waarin Sint-Catharina lag. Toen in 1297 de tweede stadsomwalling werd gevormd, kwam deze parochie, en daarmee ook ons hier besproken ‘Katelijne-eilandje’, buiten de stadsomwalling te liggen.

De oudst beschikbare kaarten, die dateren uit de zestiende eeuw, tonen nog grotendeels deze situatie. Op de kaart van Jacob van Deventer, gemaakt tussen 1550 en 1565, zijn deze invalswegen en de Zuidleie nog zeer goed herkenbaar. Op deze kaart zijn kleinere waterstructuren evenwel niet weergegeven.

De kaart van Marcus Gerards (1562, hieronder een versie uit magisbrugge.be) is veel gedetailleerder en toont percelen afgeboord met bomenrijen in de nabijheid van de Sint-Katerinakerk. Wellicht mogen we hieruit niet afleiden dat elk detail buiten de stadsomwalling waarheidsgetrouw werd weergegeven. Zo kunt u bijvoorbeeld vaststellen dat mensen verhoudingsgewijs te groot zijn weergegeven.

De kleinere Leye van de heren van Assebroek

Op de editie van Ancot van dezelfde kaart zoomen we even in op enkele leuke details in de omgeving van ons eilandje: gebouwen, voetgangers, diverse boomsoorten, bootjes op de Zuidleie… Bespeuren we daar ook het Sint-Trudoledeken (rechts onder de man met muilezel, achter een hoeve) ? Langs oostelijke zijde wordt het eilandje nu ook nog steeds omsloten door het Sint-Trudoledeken. In de vroege middeleeuwen had deze natuurlijke waterloop zeker nog een meer belangrijke functie dan de gracht waartoe het tegenwoordig is herleid. Ontspringend in het oude Frankische Sijsele, samengevloeid met de Oedelemse Waterloop en de Bergbeek, passeerde het in de middeleeuwen door Assebroekse meersen, waar het de buitenste cirkelvormige walgracht vormde van het kasteel van de heren van Assebroek, en liep het onder de ‘cleene steene brugghe’ (aan den Tir) tot aan de Zuidleie/Reie. Niet zo verwonderlijk, dat de heren van Assebroek tot het eind van de dertiende eeuw zowel de Mariabrug nabij de Onze-Lieve-Vrouwekerk beheerden als de visrechten hadden over de Reie… Zij zorgden voor de vis op tafel van de graaf van Vlaanderen.

Kanaal Brugge-Gent

Reeds in de 13e eeuw werd door de stad Brugge begonnen met graafwerken voor een waterverbinding richting Deinze, naar de rivier die we tegenwoordig kennen als de (echte) Leie. Mogelijk is toen het toponiem ‘Zuidleie’ ontstaan. De Bruggelingen spaarden kosten noch moeite om meer water richting Brugge te krijgen om het verzanden van het Zwin tegen te gaan. Met de technische middelen van toen was het logisch dat de loop van de oorspronkelijke Zuidleie/Reie zoveel mogelijk werd gevolgd. Hier en daar werden bochten van de Zuidleie afgesneden. Maar de werken liepen niet van een leien dakje. De Gentenaars verzetten zich hevig tegen het nieuwe kanaal, wat onder meer leidde tot de slag van het Beverhoutsveld in 1382, vlakbij de Assebroekse Meersen.

Pas toen in 1604 de Westerschelde als scheepsroute door de Hollanders werd geblokkeerd, ontstond eensgezindheid tussen de Vlaamse steden voor een kanaal, dat Gent, Brugge en Oostende met elkaar en opnieuw met de zee zou verbinden. Het zou echter nog tot 1625 duren vooraleer het kanaal Gent-Brugge echt af geraakte. Het is daarmee één van de oudste kanalen van West-Europa. Sindsdien wordt het Sint-Trudoledeken afgeleid langs het kanaal. Vanaf de Brugse ringvaart zet de waterloop zijn weg verder als Zuidervaartje.

Op de figuratieve kaart die Hoorenbault ter gelegenheid van de graafwerken maakte in 1613 zijn beide waters te herkennen, en is de benedenloop van het Ledeken reeds sterk gereduceerd weergegeven.

Een pentekening van A. Villegas uit het midden van de zeventiende eeuw toont deze situatie, maar dan vanuit een andere hoek (cfr. Marcus Gerards). Het verloop van het Ledeken wordt hier wel duidelijk weergegeven.

De kaart van “Brugge en de Paallanden” door landmeter Jan Lobbrecht uit 1690 toont het verloop van het Sint-Trudoledeken ook duidelijk,alsook de landweg die ten westen ervan is ontstaan. Enkel belangrijke gebouwen zijn op deze kaart afgebeeld. De gracht die de vroegere Sint-Catharinakerk omgaf is nog duidelijk te zien, de kerk was in 1578 preventief afgebroken ter bescherming van de stad tegen de geuzen.

In 1719 maakt dezelfde landmeter een herwerkte versie. De graafwerken aan het kanaal hebben reeds hun sporen nagelaten. Opvallend is ook de weergave van waterpartijen die de scheiding tussen het Kanaaleiland en het Katelijne-eilandje lijken in te leiden. We merken op diverse kaarten uit de zeventiende eeuw de weergave van een grote waterpartij.

In opdracht van de Franse Minister van oorlog Graaf d’Argenson werden kaartenalbums (“Livres de guerre”) opgemaakt in 1745, met voor ons interessante nieuwe details van percellering en waterstructuren. De grote waterpartij uit de vorige afbeelding is blijkbaar onder controle, een deel is ingedijkt en omgevormd tot gras- of hooiland. We zien een aanduiding van een weg die naar het kanaal loopt (latere Lappersfortstraat, zie verder).

Nieuwe Kortrijkse Heerweg

In 1734-1735 werd het stuk Kortrijkse Heerweg tussen de Katelijnepoort en de brug van Steenbrugge rechtgetrokken. De ‘Nieuwe Kortrijkse Heerweg’, later Steenbrugse Wandeling en Baron Ruzettelaan, was geboren. Op de kaart van graaf de Ferraris voor het Oostenrijkse bewind is dit voor het eerst duidelijk te zien. Het Sint-Trudoledeken is duidelijk afgebeeld,alsook een bebouwing tussen de waterloop en de Nieuwe Kortrijkse Heerweg.

Op een plan uit 1767 van Irs. Lammeire en Pulinx is dit inmiddels geactualiseerd.

Een plattegrond uit het begin van de negentiende eeuw door kapitein Lepot toont eveneens een erg herkenbare situatie.

Alle negentiende eeuwse kaarten, zoals de Atlas der Buurtwegen en Vandermaelen (onder) bevestigen quasi dezelfde situatie. Bebouwing is er nauwelijks te zien, behalve rond de plaats die we vanaf 1735 bij de Ferraris bespeurden. Op de Atlas der Buurtwegen ligt het gebouw vlak aan het Ledeken. Op de kaart Vandermaelen wordt diverse bebouwing echter ten oosten ervan gesitueerd.

Oostelijke omvaart

Later in de achttiende eeuw werd het Kanaaleiland verder afgescheiden van het Katelijne-eilandje. Voor het gedeelte tussen de Molenbrug en het
Minnewater bleek bevaring niet meer haalbaar. Daarom besloot men halverwege de 18e eeuw de Coupure te graven. Het gedeelte van de buitenvestingsgracht tussen de Coupure en het Minnewater, waar de Gentse vaart begon, werd eveneens verbreed en uitgediept, een nieuwe doorgang leidde de schepen voortaan weer langs de oostelijke kant van Brugge.

Baervoets hofstede en kasteel

Een vaag gedateerde achttiende eeuwse kaart uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek toont details van onroerende goederen, eigendommen en waterlopen langs het kanaal, vanaf de brug te Steenbrugge. We zien ondermeer het verloop van het Sint-Trudoledeken tot vlakbij het kanaal. De weg naar ‘Baervoets hofstede en casteel’ – linksonder op de kaart – is in de huidige context toch een intrigerende ontdekking.

Enkel de kaart van de Ferraris staat in het midden van het eilandje inderdaad een gebouw weergegeven. Maar bij de interpretatie is voorzichtigheid is geboden. Voor onze omgeving maakte het team van de Ferraris vele fouten. Zo werden ondermeer de benamingen van Gentsche en Cathelijnepoort door elkaar gehaald. Zoals we dat van deze kaart gewoon zijn, kloppen ook schaal, aflijning en oriëntatie van bepaalde percelen niet volledig. Bij overbrengen van actuele gegevens lijkt het gebouw net naast ons projectgebied te liggen. Toch benieuwd of de opruimactie eind maart geen nieuwe aanwijzingen zal opleveren!

Lappersfortstraat

Het eilandje is zuidelijk begrensd door de Lappersfortstraat. Op het einde van deze straat lag ooit de Waschiggebrugghe of Wasschersbrugge, reeds vermeld in 1331. We vinden er ook een bunker uit de Tweede wereldoorlog die nog wat vleermuizen zou kunnen herbergen. De boeiende geschiedenis van de oostelijke zijde van het Katelijne-eiland en de Baron Ruzettelaan in de negentiende en twintigste eeuw, met de boomkwekerijen Flandria en de Philhermonie, levert nog genoeg stof voor een volgend onderzoek.

Calle

We sluiten hier voorlopig af – geïnspireerd door de poëten van het Lappersfortbos – met een lied uit het Gruuthuse-handschrift. De eerste letters van elk vers vormen de naam van een vrouw, Calle genaamd, een volkse vorm van Katelijne. Hoe toepasselijk is dit, als ode aan dit vergeten, maar nu door velen herontdekt en geliefd eilandje!

C om haer te mi, mijns hertzen vrouwe,
A n dir so staen de zinnen mijn.
L iever wijf ic niewer scouwe.
L aet dir genoughen mijn jonstlijc pijn
E nde doet mir dienen troost anschijn

LINKS en REFERENTIES

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017. “Sijsele” [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/122013 (geraadpleegd op 15 maart 2018)

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Assebroek [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/121982 (geraadpleegd op 26 maart 2018).

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Sint-Katarinastraat [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/110483 (geraadpleegd op 26 maart 2018).

Agentschap Onroerend Erfgoed 2017: Baron Ruzettelaan [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/110434 (geraadpleegd op 26 maart 2018).

BOSSU, Jozef. “De Sinte-Katarinaparochie te Brugge en te Assebroek”in Arsbroek Jaarboek 26 (2009), 65-184.

DESMET J. en STALPAERT H., Assebroek. Heemkundige schets, 1950.

MEIJNS, Brigitte. Het ontstaan van de Brugse parochies tijdens de vroege middeleeuwen: nieuwe inzichten bij een oud vraagstuk. Handelingen van het Genootschap voor Geschiedenis te Brugge, 152 (2015), 3-82.

RYCKAERT, Marc. Historische stedenatlas van België: Brugge. Brussel, 1991.

SOERS K., Archeologische inventaris Vlaanderen, Band IX, Assebroek, 1987.

Stad Brugge. RUP Kanaaleiland 2016, toelichtende nota. https://www.brugge.be/rup-kanaaleiland-04-toelichtende-nota

STRUBBE, E. ‘De parochies te Brugge voor de XIIe eeuw’, in: Album Michiel English. Studies over de kerkelijke- en kunstgeschiedenis van West-Vlaanderen, opgedragen aan Z.E.H. Michiel English, Brugge, 1952, 43-79.

TANGHE, Guillaume Francois. Beschryving van Assebrouck. Brugge, 1856.

VANDEROSTYNE, Michel. Parochie Steenbrugge vroeger en nu. Brugge, 2005.

valleivandezuidleie.be/info-over-de-vallei-van-de-zuidleie/een-kanaal-met-geschiedenis/

ONLINE KAARTEN

Geopunt.be: kaarten van de Ferraris, Vandermaelen, Atlas der Buurtwegen.

Koninklijke Bibliottheek België, Cartesius.be:

  • Kaart van de onroerende goederen, de verschillende renten en de waterlopen in de omgeving van de Steenbrug langs het kanaal van Gent naar Brugge. 18de eeuw.

https://search.arch.be/imageserver/topview.php?FIF=514/514_0549_000/514_0549_000_01871_000/514_0549_000_01871_000_0_0001.jp2

  • Atlas des villes des Pays-Bas : 73 places levées entre 1550 et 1565 sur les ordres de Charles Quint et de Philippe II] : 14 : Brugge. Van den Gheyn, Catalogue des manuscrits de la Bibliothèque Royale de Belgique, t. XI, p. 230. http://uurl.kbr.be/1043769

  • Figuratieve kaart en beschrijving van het nieuwe deel van het kanaal Gent-Brugge, begonnen op 3 september 1613, met de juiste ligging van de wegen, gronden, weiden en rivieren, opgemaakt door Jacques Hoorenbault. 1625.

  • Lammeire, J.F., Pulinx, Hendrik junior. Plan der stadt Brugghe ende syne aengeleghentheden ghemaeckt, ghereduceert ende byeenvervought by my onderschreven geswooren lantmeter s’lants van den vryen, te weten het plan van es’stadt achtervolgens het gonne gelight ten jaere 1751 door den ingenieur sr Jamais (…) achtervolgens de caerte figurative danof gemaeckt ten jaere 1714 door den geswooren lantmeter sr Joan Lobbreght (…), 1767.
    http://uurl.kbr.be/1042892

Advertenties